Niet Meer, Maar Minder Hulp

Verdragen: Over de Hulp Helpt-Mythe
Genre:
Land:
Uitgeverij:
Jaar:
Bladzijde:
Van Oenen stelt dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat psychotherapeutische behandelingen vaak niet leiden tot blijvende veranderingen. Van de mensen die zich beter voelen na therapie, zou de helft ook zonder therapie hersteld zijn. Dat hulp helpt en meer hulp beter helpt, is een mythe. Toch zijn steeds meer mensen op zoek naar een psychiatrische diagnose, met het idee dat die diagnose toegang geeft tot een behandeling die problemen kan wegnemen. Door vast te houden aan die mythe ondermijnen we het vertrouwen in ons eigen vermogen om psychisch lijden te verdragen. Met als ‘bijwerking’ van therapie: afhankelijkheid van therapeuten, psychologen en psychiaters voor de omgang met onze psychische problemen. In 'Het misverstand psychotherapie' stelde arts en systeemtherapeut Flip Jan van Oenen vast dat psychotherapie aan haar plafond lijkt te zitten qua mogelijkheden. In dit boek schetst hij de consequenties hiervan: als therapie de problemen niet kan oplossen of veranderen, zullen we ze moeten verdragen. Gelukkig blijken we dat te kunnen. In 'Verdragen' bouwt hij voort op deze bevindingen en beschrijft hij een aantal praktische verdraagstrategieën.

Veel dank aan uitgeverij Boom voor het recensie-exemplaar.

Voor iemand met enige ervaring (als cliënt) in de geestelijke gezondheidszorg, werd ik geprikkeld door de titel van dit nieuwste boek van Flip Jan van Oenen. In Verdragen: Over de Hulp Helpt-Mythe probeert Van Oenen te laten zien dat hulp lang niet altijd helpt en dat er misschien wel een andere, meer passende rol voor de hulpverlener is weggelegd. Daarvoor moet het hele systeem van de geestelijke gezondheidszorg wel flink op de schop, en of men daar ooit toe bereid is betwijfel ik, maar ik hoop dat dit andere perspectief dankzij dit boek serieuzer genomen gaat worden.

In Verdragen gaat Van Oenen in tegen de ideeën dat psychische klachten niet zomaar overgaan en dat mensen met psychische problemen alleen maar geholpen kunnen worden door een professional in de hand te nemen. Cijfers wijzen namelijk uit dat maar een beperkt deel van degenen die hulp hebben gezocht ook daadwerkelijk minder klachten ervaren. Van Oenen pleit voor een nieuwe rol van de hulpverlener, waarbij de cliënt vooral leert om zelf om te gaan met psychische pijn. De hulpverlener helpt de cliënt met het zoeken naar manieren om psychische pijn te kunnen verdragen en zorgt ervoor dat de cliënt weer vertrouwen kan hebben in het feit dat de pijn eindig is.

Ironisch

Ik kan niet anders zeggen dat ik erg blij was om een therapeut dit soort dingen te horen zeggen. Al vanaf mijn tienerjaren heb ik ervaring, op verschillende manieren, met de ggz en ik heb intussen wel ondervonden wat voor mij wel en wat voor mij niet werkt. Het is natuurlijk ook wel ironisch dat ik – na twintig jaar te maken te hebben gehad met verschillende therapieën en therapeuten – uiteindelijk mijn echte heil heb gevonden in zen, een stroming waarbij het niet draait om het oplossen van pijn, maar om het accepteren van pijn. Sinds het ontdekken van zen is mijn bipolaire stoornis (een ‘ernstige psychische stoornis’ volgens Van Oenen, maar ik ervaar het zelf allang niet meer zo) veel beter te verdragen.

Als je het dan hebt over therapie die niet werkt: het was niet echt werkend voor me om op mijn 28e te horen te krijgen dat ik nooit meer een baan zou kunnen hebben, dat ik voor de rest van mijn leven in therapie zou moeten en dat ik overgeleverd zou zijn aan de geestelijke gezondheidszorg. Het is precies dit soort taal waar Van Oenen tegen ageert. Het maakt van de mens een passief wezen dat niet in staat is zijn/haar problemen te verdragen en op te lossen.

Vertrouwen

Als ik denk aan de therapeuten die mij wel echt hebben geholpen, dan gaat het om therapeuten die me een ander perspectief op mezelf en mijn ziekte gaven en die zichzelf opstelden als ‘slechts ondersteunend’ en me het vertrouwen gaven dat ik sterk genoeg was om het allemaal zelf te doen. Het is precies dit soort gesprekken dat Van Oenen toejuicht. Dit soort hulp bestaat dus al wel, maar het zou veel zichtbaarder mogen zijn. Het is door dit soort gesprekken (4x per jaar) en zen (dagelijks) dat ik een relatief normaal leven kan leven, inclusief werk, en met een zeer beperkte rol voor de therapeut.

Ik kan dus – vanuit mijn eigen ervaring – totaal onderschrijven wat Van Oenen in Verdragen schrijft. Het is dan ook een belangrijk boek, omdat we echt af moeten van het idee dat iedere zweem van psychische pijn direct opgelost dient te worden en dat dat alleen kan door een therapeut in de arm te nemen.

Droog

Hoewel Van Oenen zeer belangrijke punten maakt in dit boek, vond ik het wel allemaal wat droog opgeschreven. Van de talloze goede en slechte voorbeelden heb ik toch een deel overgeslagen en hij valt ook wel regelmatig in herhaling. Dit lijkt meer een boek voor de professional in het werkveld dan dat het voor een breder publiek is bedoeld.

Voor mij voelde het als erkenning dat ik in dit boek allemaal ideeën en conclusies las die ik in de loop der jaren zelf ook gehad en gemaakt heb. Hoewel lang niet alles in dit boek op een interessante manier opgeschreven is, merk ik dat de inhoud me dusdanig prikkelt dat het me nog wel even bezig zal houden. We hebben niet méér hulp nodig, maar juist minder, en in een andere vorm. Dat is een hill I will die on.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.