Over Hoe Fictie Werkt

Na de vele negatieve commentaren die ik las op De Jaknikker van Peter Buwalda stelde ik mijn verwachtingen wat bij. Dat was bij nader inzien helemaal niet nodig, want ik vond dit vervolg op Otmars Zonen uitstekend geschreven, ingenieus geconstrueerd en dermate onderhoudend dat ik alle andere boeken waarin ik bezig was niet meer heb aangeraakt totdat ik de laatste bladzijde van deze roman omsloeg.
De Jaknikker gaat verder waar Otmars Zonen eindigde. Ludwig wordt de rechterhand van Johan Tromp, die niet weet dat Ludwig zijn zoon is. Tromp houdt zich vooral bezig met Isabelle Orthel, de journaliste die hem het leven zuur probeert te maken. Hij maakt Ludwig tot zijn spion, maar Ludwig heeft ook zo zijn eigen beweegredenen om bij Orthel in de buurt te zijn. Ondertussen wordt er ook een documentaire gemaakt over de geniale broer van Ludwig die een verloren gewaand stuk van Beethoven beweert te hebben gevonden, maar Ludwig verdenkt zijn broer ervan het stuk zelf gecomponeerd te hebben. Ondertussen schrijft Tromps vrouw Barbara een boek en neemt daarmee de controle over de feiten.
Begenadigd
Al in Bonita Avenue en Otmars Zonen toonde Buwalda een begenadigd schrijver te zijn. Ook in De Jaknikker is het genieten van zijn uitweidingen. Tien minuten kunnen zo honderd pagina’s in beslag nemen, waarbij bepaalde gebeurtenissen de personages triggeren om zich allerlei zaken uit het verleden te herinneren. Je krijgt zo een inkijkje in de gecompliceerde binnenwereld van Buwalda’s personages.
Buwalda springt daarbij heerlijk van perspectief naar perspectief. Als bijvoorbeeld Ludwig een interactie met Johan Tromp heeft, zitten we in een kwestie van een seconde niet meer in het hoofd van Ludwig, maar springen we naar het hoofd van Tromp. Het is zeker niet uniek om op die manier van perspectief te wisselen, maar Buwalda doet het wel erg goed.
Onhebbelijk
De personages zijn stuk voor stuk totaal onhebbelijk. In bijna zevenhonderd pagina’s valt er niemand te betrappen op een moment van empathie voor of oprechte interesse in de ander. De mensen in dit boek zitten totaal vast in hun eigen driften, in de strijd die ze met de buitenwereld voeren in de hoop als winnaar uit de bus te komen. Eventuele slachtoffers die daarbij vallen zijn slechts een kwestie van nevenschade.
Ik kan niet anders zeggen dat ik totaal gegrepen werd door al het drama dat zich in De Jaknikker voltrekt. Inmiddels is al veel geschreven over de wending waaruit blijkt dat we met een boek in een boek te maken hebben. Voor velen hield daar het leesplezier op, maar voor mij werd het leesplezier alleen maar groter. Door deze wending is dit namelijk niet meer louter een onderhoudend verhaal over mensen die elkaar het leven zuur maken, maar wordt dit ook een verhaal over hoe fictie werkt.
Prikkelend
Over die kwestie heb ik nog niet heel doorwrochte ideeën, hoewel ik het wel een prikkelend thema vind waar ik nog wel eens een boom over zou willen opzetten. Na deel drie zal ik daar eens mijn hersenen over pijnigen en een stuk schrijven over welke ideeën over hoe fictie werkt naar voren komen in deze trilogie. Wat ik wel wil zeggen is dat ik vind dat Buwalda op een zalig speelse manier omgaat met dit boek in een boek. Hij neemt zichzelf daarbij ook op de hak via het personage van Barbara en via het commentaar van Ludwig op het manuscript.
Voor mij was dit dus een geweldige voortzetting van Otmars Zonen. Bij dat eerste deel had ik nog wel mijn twijfels, maar die verdwenen bij dit vervolg als sneeuw voor de zon. Door De Jaknikker heb ik behoorlijk veel zin gekregen in het slotdeel. Dat we daar misschien nog eens zes jaar voor moeten wachten vind ik eigenlijk helemaal niet erg. Benieuwd wat Buwalda in de komende jaren weer uit zijn hoge hoed weet te toveren.




