Gewoon zijn in de Middeleeuwen

Mijn interesse in geschiedenis is in het afgelopen decennium flink gegroeid. Sinds enkele jaren probeer ik daarom de nieuwe winnaars van de Libris Geschiedenisprijs te lezen. De laatste winnaar was Dievenland van Janna Coomans, dat een heel intrigerend inkijkje geeft in het gewone leven tijdens de late Middeleeuwen.
Voor Dievenland beriep Coomans zich op een hele reeks dievenbekentenissen en politieverslagen, voornamelijk uit Kampen en omgeving. Door te onderzoeken wat dieven zoal stalen, wie die dieven waren, op welke manier ze bestraft werden en hoe hun omgeving tegen ze aan keek, weet Coomans een beeld te schetsen van het leven van gewone mensen (dus niet de rijke adel en andere bevoorrechten) in de Lage Landen ten tijde van de late Middeleeuwen.
Alledaags
Al snel worden grote verschillen en parallellen zichtbaar tussen de gang van zaken in de Middeleeuwen en onze tijd. Zo hadden dieven het in de Middeleeuwen vooral gemunt op alledaagse gebruiksvoorwerpen, die in die tijd enorm veel waard waren. Daar kun je je nu natuurlijk niks meer bij voorstellen, dat wanneer er een dief je huis binnensluipt deze beddengoed, borden en bestek meeneemt.
Bovendien waren de straffen voor dit soort diefstallen enorm hoog. Niet zelden werd iemand ter dood veroordeeld voor het ontvreemden van iemands persoonlijke bezittingen. Dat zegt vooral heel erg veel over de waarde die mensen hechtten aan hun spullen in de Middeleeuwen. Deze spullen werden handgemaakt en waren schaars. Mensen moesten heel lang werken om een nieuwe kan te kunnen kopen. Nogmaals: dat kunnen we ons vandaag de dag niet meer voorstellen.
Vreemdelingen
Maar er zijn ook overeenkomsten. Zo lees je ook over hoe inwoners van een stad omgingen met mensen van buiten de stad. Men keek met argwaan naar deze vreemdelingen en hield ze het liefst buiten de stadsmuren, want onder deze vreemdelingen waren potentiële dieven en misdadigers. Zeker wanneer de samenleving gebukt ging onder allerlei onzekerheden werd het wantrouwen jegens vreemdelingen groter. Dat lijkt wel op de manier waarop een groot deel van de Nederlanders tegen immigranten aan kijkt. Coomans zelf gaat hier in het laatste hoofdstuk ook nog verder op in, maar dat was voor mij wat te veel van het goede; die parallellen kan ieder mens zelf ook wel trekken en het was niet nodig om ze uit te spellen aan de lezer.
Het is erg leuk om een beeld te krijgen van hoe de gemiddelde mens leefde in die tijd, hoe deze in het leven stond en wat deze persoon belangrijk vond. Coomans ontkracht gaandeweg ook best veel vooroordelen die we hebben over de Middeleeuwen, bijvoorbeeld dat religie allesoverheersend was en dat vrouwen al op heel jonge leeftijd trouwden en kinderen kregen. Dat was misschien het geval bij het bevoorrechte deel van de bevolking, maar bij de gewone mens was hier helemaal geen sprake van.
Opsomming
Door de bronnen van Coomans leest het boek wel vaak een beetje als een heel lange opsomming van namen en gestolen goederen. Die gekozen vorm is misschien logisch, maar leest niet altijd even fijn weg. Ik merk toch iedere keer weer, ook met non-fictie, dat ik het wel heel erg belangrijk vind dat de feiten op een fijne manier opgeschreven zijn. Daar schortte het voor mij wel een beetje aan in Dievenland, hoe interessant ik het onderwerp ook vind.
Neemt niet weg dat ik weer heel wat wijzer ben geworden over een periode die eigenlijk best ver van mijn interessegebied staat. Alles voor en na de Middeleeuwen vind ik in principe zoveel interessanter. Het is Coomans’ verdienste dat ik door Dievenland met veel meer interesse naar deze tijdsperiode ben gaan kijken. Dat feit alleen al maakt dit boek meer dan de moeite waard.




