Grote Artistieke Schoonheid

Veel dank aan Historische Uitgeverij voor het recensie-exemplaar.
Al heel lang wilde ik eens wat van de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran (1911-1995) lezen. Ik had zo het voorgevoel dat zijn pessimistisch existentialisme wel eens wat voor mij zou kunnen zijn. De heruitgave van de Nederlandse vertaling van Een Kleine Filosofie van Verval – de vertaling is van de hand van Pieter Appels – is dit jaar bij Historische Uitgeverij uitgekomen en was een mooi moment om kennis te maken met het werk van Cioran, dat inderdaad helemaal in mijn straatje bleek te passen.
In korte hoofdstukken zet Cioran in Een Kleine Filosofie van Verval zijn denken uiteen. Het is nog helemaal niet zo makkelijk om zijn denken samen te vatten, aangezien de punten die hij maakt regelmatig tegenstrijdig zijn. Zo noemt Cioran de zelfmoordenaar laf, om in een ander hoofdstuk de lezer bijna aan te sporen tot zelfmoord en is religie zijn favoriete onderwerp om tegen aan te schoppen, terwijl het duidelijk is – door persoonlijke anekdotes – dat Cioran ergens toch ook aangetrokken wordt door het geloof. Hij wil bovendien eigenlijk niet zoveel met de filosofie te maken hebben, maar met commentaar op denkers als Hegel, Nietzsche, Plato en Sartre plaatst hij zichzelf toch duidelijk in de filosofische traditie.
‘Verticale kadavers’
Wat echter over alle essays heen hangt, is een grenzeloos pessimisme en een onbegrensde misantropie. Wij mensen zijn slechts ‘verticale kadavers’ die zichzelf constant voor de gek houden en die enorme behoefte hebben om betekenis te geven aan een leven dat inherent betekenisloos is. Wij mensen zijn enorme druktemakers, maar waarvoor eigenlijk?
Dit alles schrijft Cioran in een meesterlijke stijl op. Iedere pagina was ik aan het onderstrepen, sticky notes aan het plakken en commentaar aan het bijschrijven, gewoon omdat er zo ontzettend veel prachtige en prikkelende zinnen in dit werk staan. Zo vind je op de tweede pagina al de zin “In mystieke crises gaat het kreunen van de slachtoffers gepaard met het gekreun van de extase”. Toen wist ik al dat dit alleen maar geweldig kon worden.
Heilige huisjes
Er is iets in dit pessimisme dat me ongelooflijk aantrekt. Het is niet voor niets dat ik een enorm zwak heb voor Aantekeningen uit het Ondergrondse van Dostojevski, of Houthakken van Thomas Bernhard, of Overal Zit Mens van Yves Petry, allemaal literaire romans die gedragen worden door een verteller die alleen maar afgeeft op de mensen om hem heen (en soms ook op zichzelf).
Ik voel me enorm aangetrokken tot het omver schoppen van heilige huisjes, en wanneer het meest heilige huisje van allemaal, namelijk het leven zelf, het moet ontgelden, dan zuig ik dit allemaal op als een spons. De literaire karakters uit bovengenoemde romans plaatsen zichzelf allemaal buiten de maatschappij, buiten het leven, maar ze blijven fictief. Cioran is niet fictief, leefde echt, en daarmee voelt Een Kleine Filosofie van Verval nog net een tikkeltje urgenter aan, beklemmender misschien ook wel.
Gebed
Word je als lezer niet enorm neerslachtig van een werk als dit? Absoluut niet, ik niet in ieder geval. Omdat Cioran zo mooi schrijft heb ik van iedere zin genoten en ik heb bovendien ook regelmatig moeten lachen om de manieren waarop Cioran iets omschrijft, of om zijn atypische manier van denken. Een voorbeeld hiervan is wanneer hij de loftrompet steekt over keizer Nero (je weet wel, die keizer die zijn eigen Rome in de fik stak): “En als het waar is dat hij Rome in brand liet steken uit bewondering voor de Ilias, is er dan ooit een gevoeliger eerbetoon aan een kunstwerk gegeven?”
Mijn favoriete passage is denk ik het ‘gebed’, dat begint met “Heer, geef mij de kracht om nooit te bidden, behoed mij voor de waanzin van elke verering, leid mij niet in bekoring van de liefde die mij voor altijd aan U zou overleveren” en dat eindigt met “Schenk me het wonder van voor het eerste moment, van de vrede die u niet kon verdragen en die u prikkelde om een bres te slaan in het niets om deze kermis van de tijd te openen, en mij zo te veroordelen tot het universum – tot de vernedering en de schande van het bestaan.”
Niet wat, maar hoe
Richting het einde valt Cioran wat in herhaling, het gehaat op religie ken je op een gegeven moment wel, maar dat neemt niet weg dat de literaire stijl van Cioran keer op keer blijft prikkelen. Het gaat in Een Kleine Filosofie van Verval niet zozeer om wat Cioran zegt – dat punt is na een hoofdstukje of vijf wel duidelijk, maar hoe, en wat dat laatste betreft is dit een werk van grote artistieke schoonheid en waarde, ook als je van mening bent dat het leven wel zin heeft.





Eén reactie