Knut Hamsun – Honger (1890)

[Recensie] De nieuwe vertaling van Honger van Knut Hamsun is om meerdere redenen interessant. Voor sommige lezers zal het een uitgelezen kans bieden kennis te maken met deze klassieker. Dit debuut van Hamsun dat in 1890 uitkwam is uiteindelijk ook zijn meest befaamde roman gebleken. De roman op zich is ook al bijzonder te noemen, omdat Hamsun zich afzet van zijn tijdgenoten en ideeën incorporeert die later terug zouden komen in het modernisme. Wat deze vertaling in het bijzonder de moeite waard maakt, is het feit dat vertalers Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders dichter bij de oorspronkelijke tekst zijn gebleven dan hun voorganger.

Het hoofdpersonage uit Honger is een beginnend schrijver, bivakkerend in Kristiania (tegenwoordig Oslo), en constant naarstig op zoek naar werk. Zijn inspiratie wordt echter danig op de proef gesteld, omdat hij leeft in erbarmelijke omstandigheden en langzaamaan steeds verder afglijdt in een mensonterende armoede. Het duurt steeds langer voordat hij weer aan geld komt, de plekken waar hij de nacht doorbrengt worden steeds slechter en voor steeds langere perioden moet hij het zonder eten stellen.

De schaamte voorbij

In de eerste delen valt heus nog wel te lachen om de naamloze ik-persoon, in wiens hoofd we de gehele roman bivakkeren. Hoe hij binnen seconden van euforie naar diepe depressie schiet en andersom, hoe hij buitensporig kwaad kan worden op mensen die niets kwaads in de zin hebben, maar vooral hoe hij momenten heeft van goddelijke inspiratie, totdat hij daadwerkelijk zijn potlood op het papier zet, het is allemaal dusdanig overdreven dat het nogal komisch aan doet. Met ieder deel echter komt de ellende dichterbij, wordt die voelbaarder en dan vergaat je langzaamaan het lachen wel.

Zeker wanneer de ik-figuur de schaamte voorbij is en alles doet voor een paar centen, of voor een hondenbot (alles om de honger te stillen, waar hij bij elk hapje van moet overgeven) wordt het bijna pijnlijk om door te lezen. Hoewel de meeste hoofdstukken eindigen met een hoopvolle noot, heb je als lezer door dat de rampspoed uiteindelijk alleen maar groter wordt. De aftakeling van een jongeman wordt door Hamsun zeer overtuigend neergezet, op zo’n manier dat je eigenlijk niet wil doorlezen, maar wel moet, omdat het nu eenmaal zo goed is. Dat zegt natuurlijk ook iets over de manier waarop dit boek vertaald is.

Inconsequenties

Wat deze nieuwe vertaling van Honger rechtvaardigt, is het feit dat de vertalers zich verzetten tegen de manier van vertalen door Cora Polet, wiens vertaling in 1976 uitkwam. In de originele tekst wisselt Hamsun steeds tussen tegenwoordige en verleden tijd, vaak op de meest onlogische momenten. Polet vond dit storend en hield in haar vertaling steeds dezelfde werkwoordtijd aan. Van der Hoeven en Koenders besloten daarentegen om werkwoordtijden uit het origineel aan te houden. Dat zorgt dus voor heel veel inconsequenties in de tekst, maar dat versterkt wel het idee dat het hoofdkarakter de waanzin nabij is en steeds weer, de constante tijd, schippert tussen de meest uiteenlopende emoties en gedachten.

Het hoofdpersonage krijgt geen enkele context, en dat is een punt waarop Honger zich onderscheidt van tijdgenoten. Er wordt nergens uitgelegd hoe hij in deze situatie terecht is gekomen, wat zijn achtergrond is. Er is geen diepere reden voor zijn ongeluk, zijn malheur is een voldongen feit en daar moet de lezer het maar mee doen. Bovendien zet Hamsun een hoofdpersonage neer dat zich afkeert van God, iets wat voor die tijd ook niet erg gebruikelijk was. Het zijn deze elementen die maken dat Honger met recht een klassieker genoemd kan worden. Een schouderklopje voor de lezers die deze bijzonderheden opmerkten zonder het nawoord van de vertalers te hebben gelezen.

Glans

Of je Honger nu voor het eerst leest, of dat je specifiek deze vertaling naast oudere vertalingen wil leggen. Of je nu leest voor een goed verhaal, of om de roman te plaatsen in zijn historische context, er valt op heel veel manieren te genieten van deze nieuwe vertaling van Honger. Dit is duidelijk zo’n zeldzame klassieker die na al die tijd nog niets van zijn glans verloren is.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow

De ik-persoon, een beginnend schrijver, brengt de winter van 1879-1880 door onder erbarmelijke omstandigheden in Kristiania (het latere Oslo). Vergeefs trachtend journalistieke artikelen te produceren/verkopen, wordt hij door armoede en honger overgevoelig en krijgt last van waanvoorstellingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.