Caro van Thuyne – Lijn van Wee en Wens (2021)

Lijn van Wee en Wens was voor mij de eerste Nederlandstalige 2021-roman. Het was voor Caro van Thuyne de eerste roman die ze schreef, maar in 2018 kwam haar debuutbundel Wij, het Schuim al uit. Die heb ik niet gelezen, dit was mijn kennismaking met Van Thuyne en ik moet zeggen dat ze een heel eigen stem heeft. Het verhaal raakte me niet per se, maar toch kon ik echt niet stoppen met lezen. Van Thuyne had me vanaf de eerste pagina bij de kladden.

Mari verliest haar gehandicapte zusje en heeft sindsdien het gevoel dat er een olifant in haar huis woont die haar langzaam verdrukt en verplettert. Ze gaat wandelen, heel veel wandelen, volgt een rivier richting zee en probeert op die manier het verlies te verwerken. Tijdens die reis zijn er veel verschillende fases van rouw die komen en gaan. Ze kan zich bijvoorbeeld enorm identificeren met het werk van Richard Skelton, die zelf over zijn eigen rouwproces schreef. Haar man Felix kijkt uit naar de terugkeer van zijn vrouw. In de tussentijd bouwt hij een huisje voor Mari, een plekje waar ze zich misschien ooit weer thuis kan voelen.

Niet-talig

Dit had een sentimenteel verhaal kunnen worden, maar dat is het dus totaal niet. Dat komt omdat Van Thuyne zich onder andere concentreert op een aspect van de rouw die nog niet talloze malen in de meest melodramatische kunstuitingen naar voren is gekomen. Met het rouwen komt er een oerdrift in Mari naar boven die zich op verschillende manieren uit. Van Thuyne beschrijft dat werkelijk fantastisch en het volgen van die driften maakt Lijn van Wee en Wens echt heel erg intrigerend om te lezen.

Maar daar eindigt het niet. De sentimentaliteit wordt omzeild omdat de roman veel eerder een experiment met stijl en vorm is. De alledaagse taal kan geen recht kan doen aan de gevoelens van Mari en gaandeweg wijkt Van Thuyne steeds verder af van de gangbare taal. Je zou deze roman kunnen lezen als een groot pleidooi voor een niet-talig beleven van de wereld en een niet-talig communiceren.

Eigenzinnig

Daarin vind ik Lijn tussen Wee en Wens eigenlijk op zijn best. Deze roman volstrekt uniek noemen gaat misschien wat ver, maar de vorm waarin het verhaal gegoten is voelt wel heel erg eigenzinnig aan. De grote hoeveelheid citaten uit het werk van Richard Skelton voelden in het begin misschien wat lui aan, maar stilaan grepen die flarden tekst me toch ook steeds meer.

In het begin werd ik vooral heel erg gepakt door het feit dat je als lezer maar mondjesmaat informatie krijgt. Daar heb ik echt een zwak voor en vind ik altijd erg genietbaar. Dan schakelt Van Thuyne stilistisch een paar versnellingen hoger (of lager, zo u wilt) en wordt dit al helemaal een steengoed boek. Dit lijkt me een zekerheid voor de eindejaarslijstjes.

In het achtste jaar van de rouw laat Mari haar man thuis achter om een rivier te volgen naar zee. Terwijl zij probeert zich los te wandelen van de pijn en een nieuwe lijn te vinden voor haar leven, bouwt Felix aan een plekje waar zijn vrouw zich misschien ooit thuis zal voelen. ‘Lijn van wee en wens’ is een roman over de onttakeling door rouw en de liefde die niet opgeeft. Het is een meanderend portret van een vrouw die olifantenpaadjes trekt tussen deze twee oerkrachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *