De beste Nederlandstalige romans

Ik lees redelijk wat Nederlands en Vlaams werk, zo’n 40% van al mijn boeken. Qua muziek en film is het in Nederland allemaal niet veel bijzonders (enkele uitzonderingen daargelaten) maar binnen de literatuur verschijnt er enorm veel moois. Ieder jaar ontdek ik weer interessante nieuwe namen en mooie klassiekers. Het maken van een lijstje met de beste Nederlandstalige romans is onafwendbaar.

Nescio – Dichtertje. De Uitvreter. Titaantjes. (1918)

Mocht je niet zo van de Nederlandse taal houden, lees dan eens Nescio en verander van gedachten. Zoals Nescio schrijft, zo kan niemand dat. Daarnaast heeft de thematiek me altijd enorm aangesproken. De hele verwording van een aantal van de personages die vroeger vol idealen zaten, ik was er op de middelbare school al enorm vatbaar voor. Ik heb het al een tijdje niet meer gelezen, maar ik kan me alleen maar voorstellen dat wat Nescio schrijft, en vooral hoe, alleen maar krachtiger is geworden nu ik wat ouder ben. Bovendien staat de allermooiste alinea ooit in dit boekje.

Op den toren van Rhenen had ik gestaan en de verten gezien, en mijn hart had naar de verte getrokken en naar de roode luchten in ‘t Westen. Doch al had ik van den toren kunnen vliegen naar de verten, dan zou ik slechts gevonden hebben, dat de verte het nabije was geworden en opnieuw zou mijn hart naar de verte getrokken hebben. En wat baat mij de wijsheid, die mij leert dat ‘t niet anders kan en zoo blijven zal in eeuwigheid?

Nescio
Willem Frederik Hermans – Nooit Meer Slapen (1966)

In het begin vond ik het lezen voor mijn leeslijst helemaal niks, totdat mijn docent dit boek aanraadde. Voor mij is de liefde voor literatuur met dit boek begonnen. Als gloomy tiener vond ik het heerlijk, het pessimisme waar deze roman van overloopt. Ik heb de roman sindsdien nog twee keer gelezen en het heeft werkelijk waar niks aan kracht ingeboet. Een ogenschijnlijk doodsaai onderwerp, namelijk stenen zoeken in Noorwegen, maar mijn God, hoe meeslepend weet Hermans het allemaal op te schrijven. Dank Hermans, dank docent van wie ik de naam ben vergeten.

Gerard Reve – De Avonden (1947)

Weer een enorme klassieker en weer een die ik als puber las. Het is erg grappig, sowieso een reden waarom ik een best wel groot liefhebber van Reve ben, maar ook hier viert beklemming hoogtij. De beschrijvingen van ontluikende verlangens, van het vastzitten in kleinburgerlijkheid en de algehele zwartgallige geestesgesteldheid van hoofdpersonage Frits van Egters zijn een waar genot om te lezen. Als je iets gaat lezen tussen Kerst en Oud en Nieuw, laat het dan dit boek zijn.

Wessel te Gussinklo – De Opdracht (1995)

Ik noemde Wessel te Gussinklo al in mijn Beste-van-de-jaren-tien-lijst, maar deze vind ik zelf nog beter. Het boek gaat over de veertienjarige Ewout Meyster die naar een zomerkamp gaat en zichzelf de opdracht heeft gegeven om ontzag en respect af te dwingen bij zijn leeftijdsgenoten. Hij stelt alles in werking om net zo populair te worden als zijn grote voorbeelden (Roosevelt, Churchill, Hitler en Jezus), maar het loopt allemaal uit op een groot fiasco. Als dat al niet heerlijk klinkt, weet ik het ook niet meer. En dan die indrukwekkende, zich steeds weer herhalende stijl van Te Gussinklo waarmee hij iedere minieme verandering in visie en houding van Ewout weet te vatten. Ewout Meyster moet wel een van de leukste personages uit de Nederlandse literatuur zijn.

Rob van Essen – Visser (2008)

Ook Rob van Essen noemde ik al in dat vorige lijstje van me, maar ook van hem heb ik eigenlijk een andere favoriet en dat is deze. Visser gaat over leraar Jacob Visser die iets ondoordachts zegt tijdens een van zijn lessen. Dat gaat vervolgens een compleet eigen leven leiden. De kracht van deze roman zit hem in het compleet ongrijpbare karakter van Jacob. Die verandert gaandeweg geen spat, maar ik voelde bij alles wat voorviel wel een enorm breed scala aan emoties. Jacob is laf, gesloten, scherp, nihilistisch, ironisch, een origineel denker, sympathiek, onverschillig, een man vol zelfinzicht en weet altijd verrassend uit de hoek te komen. Luv it.

Herman Franke – Wolfstonen (2003)

Dit is een vrij onbekende roman geloof ik, maar hij maakte grote indruk toen ik ‘m voor het eerst las en heb er later nog een paper over geschreven voor een literatuurvak dat ik volgde. Hoe Franke de steeds groter wordende haat en nijd beschrijft tussen de bewoners van een yuppencomplex en de volkse omwoners van dat complex is echt ongezien. Ook hoe hij in de huid kruipt van twee kinderen die met een volkomen open blik en zonder vooroordelen de situatie bezien is prachtig. De violist uit het verhaal zal ik nooit vergeten.

Jan Arends – Keefman (1972)

Ik ken Jan Arends door de muziek van De Kift die een aantal van de teksten van Arends gebruikt hebben. Keefman is een fantastische verhalenbundel waarbij de psychiatrisch patiënt een centrale rol vervult. Arends’ boeken waren altijd zeer autobiografisch. Arends zelf werd meerdere malen opgenomen in een inrichting en pleegde uiteindelijk een paar jaar na het uitkomen van dit boek zelfmoord. De beste man weet dus waar hij over praat en is een meester in het neerzetten van personages die we nu ‘verward’ zouden noemen. Zijn stijl is ongepolijst, ogenschijnlijk ongeredigeerd en grijpt je bij de lurven.

Marcellus Emants – Een Nagelaten Bekentenis (1894)

Wederom een uiterst akelig boek. Het begint al allemaal met de zin ‘Mijn vrouw is dood en al begraven’. Een paar regels verder leren we dat de hoofdpersoon zijn vrouw heeft vermoord en wat volgt is een relaas over hoe het zo ver heeft kunnen komen. Echt een onuitstaanbare verteller, maar de manier waarop hij zijn eigen psyche ontleedt is echt enorm goed. De beschrijving van zijn huwelijk, ik ging bijna kapot van ellende, of hoe hij het heeft over hoe blij hij is dat zijn kind overlijdt. Voor je plezier lees je dit niet, of ja, eigenlijk ik toch wel. Dat zegt misschien wel veel over mij, maar ook over hoe goed dit boek is. Want ondanks alles, wil je zwelgen in die rottigheid.

Manon Uphoff – Vallen Is Als Vliegen (2019)

Ik had haar de Libris dit jaar zo gegund. Een enorm dapper boek dat niet alleen qua inhoud imponeert, maar vooral ook in stijl. In mooie zinnen, vol met metaforen en referenties aan kunst, literatuur, film en series, cirkelt de verteller steeds om het gebeurde heen en belicht het seksueel misbruik door haar vader en haar relatie tot haar zussen steeds vanuit andere oogpunten. Het betreft hier geen chronologisch verhaal, maar veel eerder een fragmentarische, intuïtieve zoektocht naar de identiteit van de verteller zelf. Het is heel knap hoe Uphoff zwart-wit-denken vermijdt en juist de grijze gebieden van de situatie, van de verschillende personages en hun handelen blootlegt.

Peter Smink – Grand Mal (2010)

Dit boek heb ik moeten lezen voor een vak over recente Nederlandse en Vlaamse literatuur (heel lang geleden, toen 2010 nog recent was). Echt een goeie ontdekking dit, want ik vond dit een enorm intense trip en van intense trips houd ik enorm. In een recensie die ik voor dit vak moest schrijven heb ik het geloof ik vergeleken met David Lynch, mijn all-time favoriete persoon dus dat is een flink compliment. Ik weet niet zo goed of deze bij herlezing net zo goed zou vallen, maar op basis van mijn herinneringen verdient deze zeker een plekje bij mijn favorieten.

Inge Schilperoord – Muidhond (2015)

Op de valreep komen enkele vrouwen toch nog even dit feestje van het patriarchaat verstoren. Dit is een enorm knap boek over een jongeman met pedofiele gevoelens. Zijn gedachten- en gevoelswereld worden met een oog voor detail en met een intensiteit uiteengezet die je compleet meeslepen en die het moeilijk maken om afstand te nemen van het vertelde, hoe graag je dat ook wil.Dan zijn er nog de verstikkende hitte, de ziekelijke moeder, de viezige hond, de zieke vis, de buurt waar niks meer van over is omdat alles gesloopt wordt. Al die factoren dragen allemaal bij aan de enorm benauwende sfeer. Indrukwekkend debuut dit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *