Het beste van de 2010s

Het is een beetje laat, het nieuwe decennium is immers alweer een tijdje bezig, maar ik kreeg opeens weer de lijstjeskolder in de kop en besloot een top 10 van de jaren tien van deze eeuw te maken. Ik las 120 boeken uit dit decennium en 38 boeken hiervan scoorden 4* of hoger bij me. Je kunt wel enorm goed zien dat ik vooral de laatste jaren veel recent werk heb gelezen en ik weet zeker dat heel veel schitterends nog onontdekt is door mij, maar een kniesoor die daar op let! Nou, voor de draad ermee, dit zijn mijn favorieten!

Thomas Pynchon – Bleeding Edge (2013)

Dit is voorlopig de laatste roman van Pynchon en ik hoop nog iedere dag dat hij nog weer eens met nieuw werk komt. Ik verbaas me iedere keer weer over de humor, de spanning, de scherpe maatschappijkritiek en de originaliteit die Pynchon met alle gemak van de wereld met elkaar weet te verweven. Pynchon weet telkens weer met romans te komen die je eindeloos kunt blijven herlezen en waarin altijd weer nieuwe dwarsverbanden te ontdekken zijn en die met het verstrijken van de tijd nog altijd niets aan kracht inboeten. Het hele feit dat Pynchon op compleet eigen wijze een nieuwe complottheorie ontwikkelt die de financiële crisis met 9/11 verbindt en daarmee destijds een (voor zijn doen) zeer actueel boek schreef, maakt het alleen maar beter.

Jeanette Winterson – Frankissstein: A Love Story (2019)

Dit boek wist mij enorm te prikkelen. De toekomst die Winterson schetst (eentje waarin cryonisme daadwerkelijk mogelijk (b)lijkt) lijkt op de een of andere manier enorm dichtbij te zijn en lijkt zo echt dat van de lezer telkens weer opnieuw gevraagd wordt hoe deze zich tot deze ontwikkelingen verhoudt. Er worden enorm interessante vragen opgeworpen over (post)gender, het mind-body-probleem, transhumanisme, robotisering, liefde en uiteindelijk ook de vraag wat het betekent om mens te zijn. Enorm goed geschreven ook, Winterson weet met heel weinig woorden enorm veel te zeggen. Ik ben fan.

Ned Beauman – The Teleportation Accident (2012)

Bij dit boek spatte het plezier van de pagina’s. Het is duidelijk dat Beauman een groot Pynchon-fan is, maar hij weet er wel zijn geheel eigen draai aan te geven. Het hele idee van het prototype hipster aan wie de gehele Tweede Wereldoorlog voorbijgaat is echt enorm goed gevonden en wordt ook heel goed uitgewerkt. Duidelijk maatschappijkritisch, maar ook enorm grappig en ingewikkeld, dat laatste op de best mogelijke manier. Een eenduidige interpretatie lijkt onmogelijk bij dit boek, maar het boek is een fantastisch, meeslepend avontuur dat een waar genot om te lezen is.

Wessel te Gussinklo – De Hoogstapelaar (2019)

Dit was mijn eerste kennismaking met Te Gussinklo en wat heeft deze man een volledig unieke stem binnen de Nederlandstalige literatuur. Enorm gedetailleerd legt Te Gussinklo het innerlijke leven van een nogal onuitstaanbare puber bloot. Met een zich steeds weer herhalende, slepende stijl zuigt de auteur je het verhaal binnen. Enorm knap ook hoe Te Gussinklo er op de een of andere manier toch voor weet te zorgen dat je, hoewel maar een klein beetje, van hoofdpersonage Ewout Meyster gaat houden. De Opdracht, het vorige boek in de Ewout-Meyster-reeks vond ik zelf nóg beter, maar hier begon de liefde. Ik ween nog altijd bittere tranen dat deze roman de Libris Literatuurprijs niet won.

Manu Joseph – The Illicit Happiness of Other People (2012)

Het is al een hele tijd geleden dat ik dit boek las, maar op de een of andere manier is dit altijd een van de eerste boeken die in mijn gedachten voorbijkomt als ik denk aan de boeken die ik wel eens zou willen herlezen. Met veel vernuft verweeft Joseph spanning, persoonlijke tragiek, filosofie, psychologie en een indringende beschrijving van de Indiase cultuur met elkaar. En dit alles in een lichtvoetige stijl die het grote verdriet, de zelfmoord van Unni, relativeert, maar zonder de gebeurtenis te ontdoen van zijn ernst en zwaarte. Ja, misschien moet ik er in 2021 maar eens werk van maken om dit boek te herlezen. Ik heb er vrij veel vertrouwen in dat het de tand des tijds heeft doorstaan.

Valeria Luiselli – Lost Children Archive (2019)

Een schitterend boek dat bij mij alle juiste snaren raakte. Ik moet toegeven dat ik aan dit boek begon met de verkeerde verwachtingen en dat ik me meerdere malen heb afgevraagd of het nog beter zou worden. Toen ik echter mijn verwachtingen bij had gesteld en door had dat dit niet de vuist op tafel was die vooral tot het rationele deel van mijn wezen sprak en waarbij het verhaal in dienst staat van de politieke visies van de auteur, maar dat Luiselli een veel fijnzinnigere methode hanteert om haar punt te maken. Het boek straalt een enorme warmte uit en juist in de kleine, simpele, alledaagse dingen die Luiselli zonder opsmuk beschrijft, zat voor mij een enorme ontroering. Ik snapte niet wat Luiselli wilde zeggen, maar veel eerder voelde ik het. De vorm waar Luiselli voor gekozen heeft houdt je bovendien voortdurend bij de les en versterkte de inhoud. Een enorm knap werk.

Lucy Ellmann – Ducks, Newburyport (2019)

Met zijn ruim duizend pagina’s en het feit dat deze roman grotendeels uit een zin bestaat, zou ik deze niet snel aan anderen aanraden, maar ik vond het toch wel een enorm indrukwekkende tour de force die nog altijd nazindert, ook al is het bijna een jaar geleden dat ik het las. Het boek is een lang opsomming van alles wat er in het hoofd van een Amerikaanse huisvrouw die wat probeert bij te verdienen met het bakken van taarten. Ik kan er eigenlijk nog steeds niet over uit dat de vrouw die Ellmann neerzet een fictief personage is, want voor mij kwam ze tijdens het lezen al heel snel tot leven. Toen ik het boek net uit had heb ik gegoogeld hoe het het hoofdpersonage verder was afgegaan. Best wel dom, want fictie, maar het geeft aan hoezeer ik verknocht was geraakt aan dit personage.

Tommy Orange – There There (2018)

Orange is een Indiaan die over allerlei andere mensen met Indiaanse wortels schrijft. In There There volg je een breed scala aan personages die elkaar uiteindelijk allemaal treffen op een Powwow. Het verhaal wordt heel fragmentarisch verteld, in een zeer in het oog springende stijl, maar het is vooral de inhoud die indruk op mij maakte. Met veel liefde voor zijn personages beschrijft Orange hoe het verleden dat de Indiaanse stammen gekend hebben nog steeds doorwerkt in het heden en hoe dat op allerlei verschillende manieren gebeurt. Identiteit, trauma en sociaal-maatschappelijke posities zijn belangrijke thema’s in het boek die Orange op overtuigende wijze onderzoekt. Ongelooflijk dat dit een debuutroman is, want Orange geeft hier al blijk van een enorm uitgesproken stijl en visie.

Kevin Barry – Beatlebone (2015)

Dit boek las ik heel recent nog dus het kan ook zijn dat dit boek de lijst gehaald heeft omdat het verhaal nog vers in mijn geheugen geprent zit, maar dit is zeker wel een heerlijk hallucinante vertelling over een muzikant die af probeert te rekenen met zijn verleden. Barry houdt van mannelijke, grofgebekte personages die op allerlei manieren hun demonen proberen te bezweren en van de paar romans die ik van hem las, komt dat wat mij betreft hier het beste uit de verf, vooral door het meer bevreemdende karakter van dit boek. Ook erg knap hoe je als lezer maar heel sporadisch een flard aan informatie over het hoofdpersonage John krijgt, wiens identiteit heel lang in nevelen gehuld blijft. Barry is ook echt een meester in het schrijven van scherpe, realistische en grappige dialogen. Hij heeft nog niet veel geschreven, maar Barry is zeker een auteur om in de gaten te blijven houden.

Rob van Essen – De Goede Zoon (2018)

Naast Wessel te Gussinklo was Rob van Essen voor mij toch wel dé ontdekking van 2019. Ook deze schrijver heeft een unieke stem in het Nederlandstalige schrijverslandschap. De roman is een mengeling van science-fiction, plotloze thriller, herinneringen aan een overleden moeder, een flinke dosis metafictie, bespiegelingen over kunst, literatuur religie, herinnering en identiteit en Van Essen brengt dit alles op een volstrekt unieke wijze bijeen. Ik heb er erg om kunnen lachen (Phil Collins en de zelfrijdende auto!) en het boek bleef me steeds weer verrassen. Redelijk snel daarna de heruitgave van Visser gelezen, die ik nog wel iets beter vond, maar dit boek doet er toch niet al te veel voor onder.

3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *